2.3 Creatiespiraal

De creatiespiraal van Marinus Knoope is een van de modellen die wij kunnen gebruiken om inzicht te krijgen in persoonlijke, organisatorische en maatschappelijke transformatieprocessen en hun onderliggende verbanden (Knoope, 1998). De creatiespiraal passen we toe om de interactie tijdens het arenaproces beter te begrijpen en om het creatieproces scherper te duiden.

Volgens Knoope wordt dromen en visualiseren vaak gezien als tijdverspilling. Mensen ‘in functie’ zijn vooral bezig met beslissen en zo effectief mogelijk handelen, terwijl de oorspronkelijke missie zelden ter sprake komt. Juist die originele wens kan mensen inspireren om nieuwe mogelijkheden te creëren. Het creatieproces begint met positief denken. Het is belangrijk om in een idee te geloven. Door te visualiseren wat wij willen bereiken kunnen wij sneller de mogelijkheden zien die zich voordoen. Door inspirerende ideeën te communiceren kunnen wij anderen activeren om ze verder uit te werken.

Knoope ontwikkelde een creatiespiraal die bestaat uit twaalf fases. Deze fases helpen bij het inschatten waar iemand zich bevindt in het creatieproces en wat een volgende stap zou zijn.

  • Wensen – Heb ik concreet voor ogen wat ik wil?
  • Visualiseren – Kan ik mijn wensen visualiseren?
  • Geloven – Geloof ik in mijn idee?
  • Uiten – Heb ik het idee met anderen gedeeld?
  • Onderzoeken – Weet ik wat en wie ik nodig heb om mijn wens te verwezenlijken?
  • Plannen – Ben ik plannen aan het maken hoe ik mijn wens ga waarmaken?
  • Beslissen – Heb ik besloten wat ik ga doen?
  • Handelen – Ben ik mijn plannen aan het uitvoeren?
  • Volharden – Ben ik aan het volharden?
  • Ontvangen – Is mijn wens verwezenlijkt?
  • Waarderen – Ben ik dankbaar voor wat ik heb ontvangen?
  • Beschouwen – Ben ik tot rust aan het komen en mij aan het bezinnen?

Kader 2.3.1 Stappen van creatieproces (Knoope, 1998)

Figuur 2.3.1 Aanpassing van de creatiespiraal (Knoope, 1998). Ik welke fase bevind de maatschappij zich? En jouw organisatie? En jij zelf?

In de creatiespiraal zijn de fases van het creatieproces op meerdere manieren met elkaar verbonden. Naast de volgorde waarin ze zijn geplaatst heeft elke fase een relatie met de fase aan de andere kant van de spiraal. Als wij bijvoorbeeld op het punt staan de uitvoering van een nieuw idee op te geven is het zinvol om na te gaan waar wij met de ervaring die wij hebben opgedaan in geloven (volharden – geloven), zie figuur 2.3.1. Wat zagen wij en wat zien wij nu als mogelijkheden voor ons? Het nemen van beslissingen gaat meestal vooraf aan het inschatten van haalbaarheid. De creatiespiraal benadrukt het nut van het expliciet maken van de achterliggende wens of visie (wens – beslissing). Bij routinematig handelen zijn wij ons niet bewust van deze achterliggende visie. Wij voeren telkens variaties uit van bestaande concepten of ideeën. Wij blijven dan in het onderste helft van de creatiespiraal. Het creatieproces volledig doorlopen leidt tot nieuwe mogelijkheden ontwikkelen vanuit een authentieke achterliggende wens.

Wij kunnen de creatiespiraal ook gebruiken om de fases in het arenaproces te beschrijven. De transitiearena is een ruimte waar gereflecteerd wordt op maatschappelijke ontwikkelingen. In termen van de creatiespiraal begint het arenawerk met het beschouwen en het waarderen van maatschappelijke ontwikkelingen (waarderen, ontspannen). Ontspannen interpreteren wij hier als het proces van kennismaken en van beschouwen zonder hier actie aan te verbinden. De verkenning wordt doorgezet totdat de arenagangers een collectief beeld krijgen van de maatschappelijke ontwikkelingen. Vanuit dit begrip worden collectieve streefbeelden ontwikkeld en mogelijkheden verkend (wensen, visualiseren). En wanneer de deelnemers achter de projecten en toekomstbeelden staan, zijn zij klaar om ze uit te dragen, verder te onderzoeken en uit te proberen (geloven, uiten).

Tijdens dit gezamenlijke creatieproces doorlopen alle deelnemers hun eigen creatieproces. Ze laten hun bestaande, persoonlijke kaders gedeeltelijk los om te kijken met een frisse blik. En komen gezamenlijk tot nieuwe kaders. Ze staan open voor elkaars opvattingen en denkbeelden en laten zich beïnvloeden.

Door oog te hebben voor deze persoonlijk transformatie processen kan het co-creatie proces beter worden begeleid. Het inschatten in welke fase de deelnemers zijn in hun creatieproces helpt bij het begrijpen van weerstanden en bij het afstemmen van denkbeelden.

Ook op maatschappelijk vlak helpt de creatiespiraal om de bereidheid tot verandering te begrijpen. Ook een regime kan bijvoorbeeld begrepen worden als routinematig handelen van een gemeenschap. Dominante manieren van doen, denken en organiseren zijn feitelijk een herhaling van zetten zonder dat wordt gereflecteerd op de achterliggende wens en visie. Visievormingsprocessen zoals het arenaproces helpen bij het doorbreken van deze patronen. De verschillende fases van transitiemanagement uit het wiel van Loorbach, hoofdstuk 1, zijn te projecteren in de creatiespiraal, zie figuur:

Figuur 2.3.2 Transitiemanagement geprojecteerd op de creatiespiraal

De creatiespiraal kan ook op organisatorisch vlak worden toegepast. Door in te schatten in welke fase een organisatie zich bevindt in de creatiespiraal kan worden getaxeerd of een organisatie wel of niet zal openstaan voor vernieuwing. Doorgaans zijn de initiatiefnemende organisaties zoekende naar manieren om nodige veranderingen en ambities concreet te maken.

Met de creatiespiraal kunnen dus zowel persoonlijke, organisatorische en maatschappelijke creatieprocessen worden gekenmerkt. Door onderliggen verbanden te leggen geven wij aan dat transformatie processen tegelijkertijd op verschillende vlakken plaatsvinden. Terwijl arenagangers zich buigen over maatschappelijke transities veranderen ze zelf. Organisaties die het co-creatie proces aangaan staan zelf ook open voor verandering.